Woord & Dienst – Seksueel misbruik

Seksueel misbruik door geestelijken: iedereen heeft het er over, maar weinigen verdiepen zich bij alle terechte verontwaardiging in de oorzaken. Daar zullen we dan maar een begin mee maken. Stelling: wij onderschatten telkens weer de destructieve kracht van seksualiteit.

Wij hebben door de zogenaamd bevrijdende seksuele revolutie het idee dat seksualiteit louter fijn is en moet mogen. Dat is een groot misverstand: seksualiteit, onderdrukking en gewelddadigheid hangen nauw met elkaar samen. Seksualiteit erkent de ander nu juist niet in zijn unieke anders-zijn, maar veeleer als mannelijk of vrouwelijk wezen. Seksualiteit ontneemt juist het individuele aan de ander. Tegelijkertijd kan seksualiteit ook een menselijke relatie intens verdiepen. Seksualiteit als godsgeschenk en als destructieve kracht, dat is behoorlijk riskant. Daarom is het geen gekke gedachte van nogal wat religies dat seksualiteit en trouw en verbondenheid samen dienen te gaan, wil de ander niet tot lustobject worden gereduceerd.Om een vergelijking te maken: de ervaring van heiligheid ligt dicht bijrespect, maar ook dichtbij schending en profanatie.

Wat is er nu met die geestelijken aan de hand geweest? Zij leefden in een religieuze cultuur van zwijgen rond seksualiteit. Seksualiteit kan dus – en dat is het verwarrende – op twee manieren destructief zijn: als alles moet mogen en als niets mag. Deze geestelijken hebben nooit geleerd om met hun seksuele gevoelensom te gaan en hebben ook het destructieve ervan nooit onderkend. Wat doorgaans opvalt bij de terugblikken van de daders is een grenzeloze naïveteit en een volkomen op zichzelf gericht zijn, zonder enig inlevingsvermogen in wat het met de ander doet, met name met kinderen.Uiteraard kunnen deze zaken worden voorkomen door juist niet louter op de toer te gaan van iemand individueel verantwoordelijk stellen (al moet dat ook gebeuren), maar veeleerdoor collectieve regels vast te stellen. Al hebben we er sinds de zestiger jaren hard om gelachen, we zullen weer terug moeten naar enkele vaste regels: een pastor, maar ook een hulpverlener, een leraar, een therapeut, is nooit alleen met zijn cliënt in een kamer;een spreekkamer heeft een deur met glas erin; enzovoort. Mijn zoontje kwam een keer van de voetbalclub thuis en vertelde dat de trainer altijd gezellig met de jongens ging douchen. Hoogstwaarschijnlijk niets aan de hand, maar toch! De oplossing: niet de man individueel iets kwalijk nemen, wat hem hoogstwaarschijnlijk zou beledigen, maar zeggen: op onze club bestaat nu eenmaal de regeldat we dat niet doen. We zullen naar een collectieve moraal toe moeten, met regels waar we hetmet elkaar over eens zijn. Geen gemakkelijke opgave in onze tijd die liever individuele vrijheid proclameert en die nog steeds denkt dat seksualiteit alleen maar iets fijns is.Wat deze individuele vrijheid met onze kinderen doet zullen we over twintig jaar wel horen.

Marcel Poorthuis
Woord & Dienst, mei 2010