Bisdomblad – Van Gogh en de Zaaier bij avond

Het zijn kunstenaars die de nachtzijde van het bestaan hebben ontdekt als een onuitputtelijke bron van inspiratie. De jonge Duitse dichter Novalis schreef zijn Hymnen an die Nacht, met de huiveringwekkende beginwoorden:

Abwärts wend ich mich zu der heiligen, unaussprechlichen, geheimnisvollen Nacht.
Fernab liegt die Welt – in eine tiefe Gruft versenkt – wüst und einsam ist ihre Stelle.

Dromen en nachtmerries als onuitputtelijke bron van het onbewuste. Voor de schilder is er bovendien het nachtleven van een grote stad, met een heel eigen licht door de uitvinding van het gaslicht in de 19e eeuw. Het fascineerde de schilder Vincent van Gogh allemaal bijzonder. Het laatste jaren van zijn leven wijdde hij aan de kwellende vraag: hoe  schilder je het donker? Het beroemde schilderij De aardappeleters laat een clair-obscur zien dat hij bij Rembrandt had bestudeerd. De ruwe koppen passen in de opvatting van eind 19e eeuw. Men was ervan overtuigd dat de boerenstand nu eenmaal grover gebouwd was dan de fijnbesnaarde hogere stand. Door de industrialisatie ontstond een verlangen naar het ‘eenvoudige’ landleven. In de zogenaamde verfijning van de hogere stand vond men ook iets ziekelijks: denk maar aan de hoofdpersonen van de romans van Couperus. Maar ondanks deze kritiek bleef het standsverschil bestaan: de hogere stand had, zo meende men, zelfs vanaf de geboorte slankere vingers dan arbeider en boer.

Ook bij Vincent van Goghs aardappeleters vallen de grove knuisten op. Maar het meest markant is de belichting, reden waarom komende maanden een tentoonstelling in het Van Gogh-museum is gewijd aan Van Gogh en de kleuren van de nacht. Die kleur is bijna nooit zwart, wel vaak diepblauw waarbij het water zelfs licht lijkt te geven. Ga zelf maar eens aan zee staan bij avond, de zee is niet zwart, maar lichter dan het land. Van Gogh werd minstens zoveel door de natuur als door de stad bij avond gefascineerd. De enkele café-scènes worden ruimschoots overtroffen door natuurgezichten, zoals de rivier de Rhone bij avond, met het eerste gaslicht weerspiegeld in het water! Van Gogh zocht naar wegen om in het donker te schilderen, al schijnt het verhaal van de kaarsen op zijn hoed toch niet historisch te zijn.

Het beroemde schilderij De Zaaier, ook al bij avond, is op de tentoonstelling zelfs in tweevoud vertegenwoordigd. Er is een groot schilderij, op grove jute geschilderd, uit Amerika, en een kleiner schilderij op linnen, en alleen al daardoor heel anders van uitstraling. Van Gogh wilde een tijdlang dominee worden, zijn vader was dominee, en het lijkt dan ook nauwelijks mogelijk om dit schilderij niet religieus te duiden. “Een Zaaier ging uit om te zaaien”. Symbool van Gods woord dat zo vaak op de rotsbodem valt in plaats van in vruchtbare aarde. De ondergaande zon lijkt wel een halo boven de gestalte van de zaaier. Toch is het schilderij niet slechts een heiligenprent en is het niet spiritueel omdat het bijbels zou zijn, maar omdat het de werkelijkheid evoceert. Het is de natuur zelf, en ook het leven van de scheppende mens dat hier is uitgebeeld. De zaaier lijkt wel geschilderd te zijn met de aarde hij bezaait, zei collega-schilder Millet. De mens is zelf de zaaier die bij avond zaait om veel later de vrucht van zijn arbeid te aanschouwen. Zoals Roland Holst dicht:

Ik zal de halmen niet meer zien,
noch binden ooit de volle schoven,
Doch doe mij in de oogst geloven,
waarvoor ik dien.

In het beeld van het zaaien in de wisseling der seizoenen spreekt een welhaast Oosterse gelatenheid, een eeuwigheid van een telkens wederkerende cyclus. Daartegenover appelleert het bijbelse beeld van de zaaier aan onze bereidheid hier en nu om ons vruchtbaar te maken voor Gods woord. Zaaien bij avond, ook zonder de oogst te zien. Maar wie zaait in droefheid, zal oogsten in vreugde.

Marcel Poorthuis
Bisdomblad Haarlem, maart 2009