Bisdomblad – Krijtberg

In een van de schitterende kerken in Rome, de Santa Sabina, is een mozaiek te zien. Daarop staan twee vrouwen afgebeeld. Het zijn de ecclesia ex circumcisione en de ecclesia ex gentibus. Een ontroerende aanblik hoe de kerk in de vijfde eeuw zich nog wist te herinneren dat er Jodenchristenen zijn geweest. De kerk uit de besnijdenis, dat zijn natuurlijk de joodse volgelingen van Jezus. De kerk uit de heidenen werd al gauw de dominante groep. Al in de tweede eeuw waren er christelijke auteurs die geen enkele betekenis zagen in de joodse Wet en zij zagen de joodse christenen die de Wet wilden houden als rare vogels. Ondanks het feit dat Christus zelf óók de Wet had gehouden. In het evangelie roept Christus telkens op om ook de diepere betekenis van de Wet, de liefde tot God en de naaste, te beleven. Maar dat ‘grote gebod’ kwam niet in plaats van de Wet, maar was er het fundament van. De vroegchristelijke strijd ging er alleen over dat de heidenen die christen werden niet verplicht konden worden tot het onderhouden van heel die Wet. Maar al in de derde eeuw zagen christelijke auteurs ook het onderhouden van de Wet door joodse christenen als een vergrijp tegen Christus gezien.

Mijn gedachten dwaalden hierover toen ik in Amsterdam even de drukte van de stad ontvluchtte en de mooie kerk van de jezuïeten de Krijtberg in stapte, bij de Singel. Een schitterend interieur, een hoogtepunt van neo-gothiek, door de bekende architect Tepe in de 19e eeuw gebeouwd, toen de Middeleeuwen werden verheerlijkt als summum van katholicisme. Natuurlijk was die idealisering niet gebaseerd op de werkelijke Middeleeuwen, maar op een droom van katholieke Emancipatie en zelfs triomfalisme: de kerk der eeuwen.  Ik kan dat goed hebben: een gelovige mag gerust fierheid uitstralen zolang het triomf maar van binnenuit komt en niet ten koste van anderen gaat. Ik sloeg mijn ogen op naar het altaar en ontwaarde daar weer twee vrouwengestalten. Maar wat was er veel veranderd sinds het mozaiek van de Santa Sabina! De ene vrouwengestalte had in haar hand een gebroken staf en een blinddoek voor haar ogen, de andere vrouwengestalte stond fier rechtop, met een kelk in haar hand. Geen twijfel aan, we hebben hier de twee gestalten van de geblinddoekte synagoge en de triomferende kerk. Een middeleeuws beeld, door enthousiaste ultramontaanse katholieken overgenomen uit de middeleeuwen omdat ze hun eigen geloof graag zo trots mogelijk wilden manifesteren. Niet met de bedoeling om het jodendom te vernederen, maar toch: het staat er nu wel.  Het is de exacte tegenhanger van de oude voorbede voor de joden op Goede Vrijdag: Pro perfidis Iudaeis: voor de trouweloze / ongelovige joden. Dat God de blinddoek van hun harten wegneme… God die zelfs de joden niet van Zijn barmhartigheid uitsluit.”.

Het lijkt een beetje op de brief van Paulus aan de Romeinen , maar wat een verschil! Bij Paulus: het jodendom als Gods eerste liefde, door God zelf geroepen en waarover God geen berouw heeft. Hier in de Krijtberg: een tragische gestalte met gebroken staf, allang door de kerk vervangen in de heilsgeschiedenis!
We weten dat de goede paus Johannes de XXIII de voorbede persoonlijk heeft verwijderd. Maar wat te doen met de beelden? De oplossing is niet ze te verwijderen. Wel zou het op zijn plaats zijn om een plaquette in de kerk te bevestigen, waar toelichting gegeven wordt. Een kleien brochure om mee te nemen kan de catechese completeren. Daarin zou kunnen staan dat we ons verheugen in de broederlijke betrekkingen met “onze oudste broeder”, het jodendom. Ook zou kunnen doorklinken dat we nog steeds fier zijn op ons geloof, maar niet langer ten koste van anderen. Werkelijk krachtig geloof ontleent een innerlijke kracht aan Gods liefde, niet aan het vernederen van anderen. Inderdaad, een gelovige mag gerust fierheid uitstralen zolang het triomf maar van binnenuit komt en niet ten koste van anderen gaat.

Marcel Poorthuis
Bisdomblad Haarlem, april 2009