Bisdomblad – Koran en schoonheid

Soms beleef je door een ontmoeting met een ander de schoonheid van je eigen taal als het ware opnieuw. Dat heb ik met Kader Abdola, de uit Iran afkomstige schrijver die Nederlands spreekt alsof hij een gedicht declameert. Hij was onlangs als één van de kunstenaars uitgenodigd op het Vaticaan, om over de relatie tussen geloof en kunst mee te denken, terecht!

Zijn prachtige boek Het huis van de moskee, vertelt over de pelgrimage naar Mekka. Ook al ziet Abdolah zichzelf niet als orthodoxe moslim, hij is van de islam doordrenkt. Hij is dan ook de aangewezen persoon om de Koran, met respect, toegankelijk te maken! Een en ander is smaakvol uitgegeven bij De Geus in 2008, samen met een biografie van Mohammed. Dat het om een vertaling voor Nederlanders gaat is duidelijk: kleine plaatjes van klompjes, wolken, koeien tulpen en windmolens dienen als markeringen. Laten we eens bezien hoe hij dat heeft gedaan: ik heb bij twee bekende soera’s het Arabisch er eens bij gepakt. Abdolah begint met de Sura “de bloedklonter”, waar de engel Gabriel aan Mohammed verschijnt. Nu staat die in de traditionele Koran ergens achterin (96), maar zoals bekend staan de Sura’s niet in chronologische volgorde. Het begint als volgt:

Mohammed! Lees voor!
Lees voor in de naam van Allah de Schepper.
Geschapen heeft Hij de mens uit een enkele gesloten druppel bloed.
Lees voor!

In een latere tekst antwoordt Mohammed op dit bevel: “Ik kan niet!” Dit is dan ook de beroemde Sura waaruit de islam afleidt dat Mohammed niet kon lezen. Dat is echter de vraag: Mohammed zegt wel in latere bronnen: ik kan niet, maar bedoelt hij daarmee; ik kan niet lezen? Of: ik kan niet reciteren? Dat kan ook zijn omdat hij (vergelijk Jeremia en Mozes) de boodschap van God niet aankan. Nu staat in het Arabisch de naam van Mohammed hier niet genoemd. Kritische Korangeleerden hebben dan ook geprobeerd om deze Sura heel anders te interpreteren: “Roep de naam van God aan die jou heeft geschapen”. Het zou een oproep tot gebed zijn, afkomstig uit Syrisch-christelijk milieu! Het is zonder meer een feit dat veel in de islam verwant is aan Oosters christendom, maar de trend bij sommige geleerden om de Koran geheel daaruit te verklaren is geforceerd. Wel is duidelijk dat Abdolah vrijelijk hier en daar wat toevoegt, in dit geval de naam van Mohammed.

Opmerkelijk is dat Abdolah ook vrijelijk weglaat: in de langste Sura “de koe” (2) ontbreken grote stukken tekst. Het lijkt erop dat Abdolah de meest dreigende stukken van hellevuur en vernietiging heeft weggelaten. Maar ook ontbreekt het hele verhaal van de schepping van Adam en de engelen die daartegen protesteren. Iblis (diabolos, de duivel) weigert en verleidt vervolgens het mensenpaar. Waarom liet Abdolah dit verhaal dat joden, christenen en moslims verbindt weg? Natuurlijk komt het meerder malen voor, maar die herhaling is op zich al onmisbaar. Dan is er de intrigerende passage in de Koran (2:113) “de joden zeggen: de christenen zijn niet oprecht, en de christenen zeggen: “de joden zijn niet oprecht”. Terwijl ze allebei hetzelfde boek lezen. God zal over ze oordelen na hun dood”. Tot zover accoord met Abdolah. Maar dan vertaalt hij: “Er zijn geen grotere misdadigers dan degenen die in de moskeeën vernielen en de naam van Allah daar niet laten horen”.
Dat is wel erg moslim-chauvinistisch vertaald! Zeker als men de penibele situatie van christenen en kerken (en joden en synagogen) in sommige Arabische landen bedenkt. Ik suggereer, mede vertaler Leemhuis volgend, een andere vertaling zodat die als waarschuwing ook aan moslims kan worden gelezen: Masªdjida = bedehuizen, niet alleen moskeeën, Allah = God: ”Er zijn geen grotere misdadigers dan zij die verhinderen dat in de bedehuizen Gods naam wordt vermeld en die proberen ze te verwoesten”.
De Koran die óók de moslimfundamentalisten waarschuwt! Het kan zo gelezen worden en ik nodig Abdolah uit dit in een volgende druk te wijzigen.

Maar wat overweegt bij Abdolah is een grote liefde voor de Koran.
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft, zo geeft Abdolah het intro van elke Sura ontwapenend naïef weer.
En mooi is als hij zegt: “zij die geloven in het geheim”. Dat zijn natuurlijk de gelovigen die in het verborgene bidden zoals de Bergrede zegt, en er geen demonstratie van maken. Maar ook geloven zij in het geheim .. van God.

Marcel Poorthuis
Bisdomblad Haarlem-Amsterdam, februari 2010

Wij lieten Kader Abdolah de recensie lezen.
Dit antwoordde hij:
Ik dank de heer Poorthuis voor zijn nauwkeurige recensie
Het antwoord op zijn vragen word langer dan zijn eigen recensie.
Zijn aanduidingen zijn niet correct en zijn uitleg niet compleet.
Vertel de heer Poorthuis dat ik in een openbare lezing in zijn gemeente, zijn vragen zal beantwoorden.
Maar mooi dat hij de boeken met liefde behandeld heeft.