Bisdomblad – Hebzucht, de wortel van alle kwaad

Met de economie is iets wonderlijks aan de hand. Jarenlang hadden we ons tevredengesteld met de gedachte dat knappe monetaire deskundigen konden uitleggen wat er moest gebeuren. Maar nu de kredietcrisis is toegeslagen blijken morele woorden het opeens heel goed te doen:

Zakkenvullers, graaicultuur, zich verrijken met bonussen terwijl ze de zaak in de soep laten lopen, zich laten betalen met geld van hardwerkende burgers. Jarenlang leek de economie vooral volgens eigen wetten te verlopen, waar morele overwegingen weinig mee van doen hadden. Maar het is alsof er een grote onthulling heeft plaatsgevonden, waardoor de ware drijfveren zichtbaar zijn geworden. Gouden tijden voor de levensbeschouwingen! Zegt het boeddhisme al niet dat begeerte het begin van alle lijden is. En leert het christendom niet dat hebzucht de wortel is van alle kwaad en afgoderij? De hebzucht, niet het genieten. Dat krijgt juist vrije baan als de hebzucht bezworen is!

Maar laten we eens rustig bezien of we de huidige rumoer rond de kredietcrisis kunnen begrijpen, zodat mogelijke religieuze overwegingen erin een plaats kunnen krijgen.

De economie leek jarenlang te draaien volgens eigen wetten die de gewone burger niet kon begrijpen en waarop hij geen invloed kon uitoefenen. Hij liet zich meer geruststellen dan uitleggen door de bankdirecteuren en economen dat alles onder controle was. Hier tekende zich al zoiets als een religieus patroon af, maar  wel negatief: het leek op een soort fatalisme waar de menselijke verantwoordelijkheid werd ingeruild voor een van te voren vastliggend lot. Het vertrouwen van de gewone burger was gebaseerd op schijnzekerheid.
Ook werd de suggestie gewekt dat de samenleving bestaat uit twee soorten mensen: de winners en de losers, en dat het erop aankomt bij de eersten te zitten. Morele en religieuze perspectieven werden al gauw afgedaan als soft en niet levensvatbaar.

Maar toen ging het mis. Het massieve woord schuld deed zijn intrede in de economische beschouwingen. Schuld kan er alleen zijn als er doelbewust is gefraudeerd, hetgeen doorgaans niet het geval was. Toch wekten de goedbetaalde bankdirecteuren de woede van de gewone man op. De bonussen werden schandalig gevonden, terecht. Toch is dit nog maar een eerste fase in een bewustwordingsproces. Het zoeken naar individuele schuldigen bevredigt misschien het gevoel van de massa: “er kan een zondebok worden aangewezen voor alle misère”. Toch heeft het waarschijnlijk weinig met de werkelijke oorzaak van de crisis te maken. Die crisis is niet veroorzaakt door de bonussen en kan ook niet worden bezworen door die af te schaffen.

Naast beschuldiging komt er een dan een tweede emotie los die al veel moeilijker te grijpen is: schaamte.  De crisis onthult dat de ‘winners’ die zich met bonussen verrijkten niet veel anders deden dan wat we zelf ook zouden doen, als we winners zijn. Onze maatschappij is immers op het principe gebouwd dat je zonder scrupules mag nemen wat je wordt toebedeeld. Zou onze maatschappij niet meedoen aan dat exorbitante beloningssysteem, dan gaat al het talent naar het buitenland, klonk het jarenlang. En dus was het een wetmatigheid, geen morele keuze, zo leek het, om dat beloningssysteem en die salariëring te handhaven. Maar die wetmatigheid is vastgelopen en het morele perspectief wordt nu pijnlijk zichtbaar. De crisis onthult nu echter ook iets van onszelf en niet alleen van de ander. Wij gingen immers allemaal accoord met deze regelingen, alsof het een wetmatigheid was. De schaamte duidt precies op datgene wat van onszelf bij onszelf aan het licht komt. Het gaat niet langer om de individuele ander die zich heeft verrijkt, het gaat om waar we met zijn allen mee bezig zijn geweest. Om de investeringen en beleggingen die grote winsten beloofden, hangt een geur van hebzucht en zelfs straf daarvoor, nu ze verkeerd zijn gelopen. En zou dat alleen gelden voor die beleggingen die verkeerd zijn gelopen?  Nu beginnen we ons ook morele vragen te stellen over de investeringen die op een fiasco uitliepen, maar misschien nog steeds die winsten beloven.

Het is wennen voor de economen dat religieuze termen zo diep in het economisch debat zijn doorgedrongen. Maar deze crisis is ook een unieke kans om onze verantwoordelijkheid weer te nemen en ons te realiseren dat wij niet aan een wetmatigheid van het lot zijn overgeleverd. In plaats van slavernij van de vleespotten wacht ons de vrijheid van de verantwoordelijkheid voor elkaar. Het is te hopen dat kerken, religies en levensbeschouwingen deze kans weten te grijpen. Economie is geen dienst aan de Moloch, maar staat in dienst van God.

Marcel Poorthuis
Bisdomblad Haarlem, mei 2009