Bisdomblad – Geven

De Spreuken der Vaderen bevat de belangrijkste joodse wijsheidsspreuken, die bovendien van groot belang zijn voor het Nieuwe Testament. Het is niet helemaal volgens de etiquette om een boekje aan te kondigen waarvan je zelf één van de auteurs bent, maar toch doe ik het graag. Het boekje wil de wijsheidsspreuken zó vertolken dat ieder mens ermee uit de voeten kan. Wijsheid is immers voor iedereen! Het begint al met de titel: Spreuken over de fundamenten, hebben we ervan gemaakt. Het Hebreeuws laat dat toe en het zijn ook spreuken over fundamenten van het leven: ontzag voor God, hoe te geven en te ontvangen, hoe leggen we rekenschap af over ons leven, wat is de juiste houding om het leven te leren?

Een centraal thema van deze joodse spreuken en van de Bergrede die er nauw verwant mee is, betreft het geven. Daarover het volgende. Als we iets cadeau krijgen staan we voor een dilemma: moeten we kijken wat het is of niet? In sommige culturen legt men het geschenk liever weg, omdat het anders lijkt alsof je de waarde taxeert. Wij maken het juist liever open en zeggen dan: dat had je niet moeten doen. Toch staan we raar te kijken als de gulle gever vervolgens zegt: “O.K dan niet, ik neem net wel weer mee”.
We willen graag het geschenk als kostbaarheid handhaven. Toch weten we ook dat we in een netwerk zitten van wederkerigheid: ik geef jou wast want de vorige keer gaf je mij wat, ik kom bij jou eten, want ik ben aan de beurt”. Is het waar dat elke gave eigenlijk een ruil is, zoals cynici als Freud, maar ook economen wel menen?
Zou zelfs de religie daar niet aan ontsnappen: doe zonder iets terug te ontvangen.. .en groot zal je loon zijn!

Wat is werkelijk geven zonder iets terug te verlangen? Jezus zegt het zo:
Laat uw linker hand niet weten wat uw rechter doet.
Zo blijft je aalmoes in het verborgene.
En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.

Hoe doe je dat: zo geven met je ene hand, dat je andere hand het niet weet? Geven , alsof je niet geeft: goed doen zonder bijgedachte aan dat je je op de borst mag kloppen. Anders heb je je loon al gehad! Is de religie de overstijging van de economie van de ruil? Of is het toch ook een subtiele ruil? Het gaat om een paradox:

Antigonos zei:
Wees niet als dienaren die hun meester dienen
met het oog op een beloning,
want dan dien je jezelf.
Maar wees als dienaren die hun meester dienen
zonder oogmerk van een beloning,
want dat is ware liefde.
En laat het ontzag voor de Allerhoogste je bezielen.

De wil van God doen is dus juist niet handelen met het oog op loon! We hebben de nadruk gelegd op de vraag naar belangeloosheid, maar er kan nog een ander filosofisch probleem schuilen:
Als ik iets ontvang ben ik de ander erkentelijkheid verschuldigd. Daarom geven sommige mensen weer razendsnel iets terug als ze een kado hebben gekregen, haast alsof ze een belediging hebben ontvangen die uitgewist moet worden. Daarover gaat de volgende spreuk die ook in verband met de kredietcrisis veelzeggend is:

Er zijn vier eigenschappen bij het geven aan een ander:
Als je wilt geven, maar niet wilt dat anderen geven –
je boze oog is gericht op wat de ander heeft.

Het boeiende is natuurlijk dat degene die alleen zelf wil geven, maar niet wil dat anderen geven, een boos oog laat vallen op wat van anderen is. Er schuilt kennelijk een heimelijke trots in om zelf je voor anderen in te zetten, maar niet te willen dat anderen dat doen. U ziet, de bijna honderd spreuken in dit boekje bieden stof tot overpeinzen!

Marcel Poorthuis & Leo Mock, Spreuken over de fundamenten, uitgeverij Amphora 2009, 15 euro. Te bestellen bij de boekhandel (maar aandringen, want het boekje is moeilijk te krijgen). Lukt dat niet, dan: leo@mock.nl.

Marcel Poorthuis
Bisdomblad Haarlem, augustus 2009