Bisdomblad – De Griekse erfenis

Als je al tientallen jaren over de cultuur van de Grieken hebt gehoord, vanaf je gymnasiumtijd feitelijk, dan is een reisje er naar toe wel zoiets als thuiskomen!

Het Parthenon blijft zonder meer indrukwekkend, vooral als je de geschiedenis er van hoort.
Zekere lord Elgin besloot begin 19e eeuw om de marmeren reliefs er af te halen en naar Engeland te verschepen. Het lukte niet met alle reliefs, een paar liggen op de bodem van de oceaan. De reden waarom hij dit deed is altijd weer een bron van emoties en strijd. Volgens zijn eigen verslag wilde hij de kunstschatten redden van de ondergang. Maar dat maakt me nu net wantrouwig. Eeuwenlang zijn de reliefs bewaard gebleven en precies toen de archeoloog uit Europa langs kwam werden ze met de ondergang bedreigd. Hetzelfde verhaal hoor je van de beroemdste codex van het Nieuwe Testament die op Athos werd bewaard. De monniken waren al met manuscripten de kachel aan het aanmaken, heet het dan, en daarom nam de geleerde Tischendorf het manuscript maar mee. Feitelijk ordinaire diefstal. Met als gevolg dat vele schatten in de bibliotheek van Athos niet meer aan welke geleerde dan ook getoond worden. En wonderlijk dat de Tischendorf-codex wel al die eeuwen veilig op Athos was bewaard. Nog steeds kan elke Griek woedend worden over de ‘roof’ van de “Elgin-marbles’. Een magistraal nieuw museum met geheel glazen wand, uitkijkend over de Acropolis en met hetzelfde grondplan als de tempel, 110 bij 60 meter, inclusief alle zuilen in staal uitgevoerd, staat te wachten op de terugkeer van de ‘marbles’. Grote gaten tussen de stalen zuilen geven precies de plek aan waar ze moeten hangen. Een miljoenenproject, waardoor de druk op de Britten sinds de minister van cultuur Melina Mercouri ermee begon, nog flink is opgevoerd.

Nu hebben de ‘Elgin-marbles’ toch wel veel te lijden gehad in de
loop van de tijd. Het Parthenon kent een woelige geschiedenis en is zelfs even lang Byzantijnse kerk geweest als Griekse tempel! De christenen waren niet zo gecharmeerd van de heidense afbeeldingen en de meest in het oog lopende haalden ze weg. Behalve de godin Athene op bezoek bij de godin Hera, want die leek precies op het bezoek van de engel aan Maria! De paradox is echter dat als het Parthenon niet kerk was geworden er weinig van overgebleven zou zijn. Zo zie je hoe een heilige plaats telkens weer verering en naar zich toetrekt, zelfs al betreft het een ‘heidense’ plaats. De restauratie vandaag de dag brengt de hele geschiedenis van het Parthenon in kaart, niet alleen de periode als Griekse tempel.

Haastige lieden concluderen uit het feit dat het Parthenon een kerk is geweest dat het christendom met volle handen het heidendom heeft overgenomen, ja zelfs dat het christendom niet anders is dan een vernisje op oudere culturen. Met name de verering van Maria is zo telkens weer afgedaan als een godinnencultus. Ik zie dat heel anders. Ik voel dat het meest edele en lieflijke dat een cultuur voortbrengt ook in het christendom een plaats mag krijgen. De bijbelse boodschap staat niet zo haaks op andere culturen dat alleen een Beeldenstorm de consequentie is. Moederlijke ontferming kenden de Grieken ook. Is het dan niet juist heel mooi en zinvol dat dergelijke archetypen van menselijke cultuur in Maria zichtbaar worden?

Gratia supponit naturam, zegt een diepzinnig theologisch adagium: De goddelijke genade veronderstelt de menselijke natuur en verwoest die niet, maar breng ze tot voltooiing en verrijking.

Marcel Poorthuis
Bisdomblad Haarlem, september 2009