Lezing – Halevi

Judah Halevi, tussen exclusiviteit en tolerantie

Lezing zondag 21 maart 2010, bij gelegenheid van de presentatie van de vertaling van Judah Halevi, De Kuzari, Mastix Press 2010, vertaling Rolf Post, 37,50 euro.

http://e-ducation.net/philosophers/judah.gif

Wie van u zal niet met warmte terugdenken aan al het geen uw ouders u hebben geleerd. Misschien zat u op de schoot van uw moeder toen zij vertelde over het geloof, u de eerste gebedjes leerden. Toch leven wij in een tijd waarin deze ervaringen niet langer bepalend zijn voor de keuze op levensbeschouwelijk gebied. De verlichting leert ons veeleer tradities te wantrouwen en liever af te gaan op eigen inzicht.
Het verhaal van de schrijver Lessing is maar al te bekend: Nathan de Wijze, in het nauw gebracht door sultan Saladin door de vraag wat het ware geloof is. Hij voelt de dreiging om moslim te moeten worden en zegt tegen de sultan:
“Hoe kan ik aan mijn voorouders minder geloof schenken dan U aan die van U? Of omgekeerd: Kan ik van u verlangen dat u uw voorouders verloochent om de mijne niet te weerspreken?”

Al zijn we met Lessing hoog en breed in de Verlichting, zelfs daar bezigt Nathan de Wijze het argument nog tegen Saladin: wat je van je ouders hebt meegekregen moet je veel krediet schenken. Het is verrassend dat we in dezelfde Verlichting die wantrouwen tegen de traditie in haar vaandel voert en de autonomie en de eigen zoektocht proclameert, dit argument te horen krijgen. Keren we terug naar de Middeleeuwen en wel naar enkele eeuwen vóór Judah Halevi.

In de Arabische wereld was de polemiek tussen jodendom, christendom en islam al lang op gang gekomen!

De christelijk Arabische auteur Abu Qurra, de eerste Arabier die zich in de polemiek met Jodendom en islam stortte, maakt gehakt van dit argument. Iedere dwaalleer is toch immers óók door ouders aan kinderen geleerd.
Laten we iets preciezer toezien, want ik denk dat de trouw aan wat je ouders hebben verteld niet zomaar terzijde geschoven kan worden. Daarom zit de religie mensen ook vaak dwars: je komt er moeilijk van af.

De loyaliteit aan de eigen traditie kan echter nooit een argument voor de waarheid van dat geloof voor anderen zijn. Die anderen hebben immers ook hun ouders! Het kan in elk geval geen argument zijn om anderen dat geloof op te leggen! Het past heel goed in Lessings tolerante denken om het idee dat je een ander het geloof kan opleggen te temperen. Bovendien bevindt de joodse Nathan zich in een situatie van minderheid en is strategisch manoeuvreren gewenst. Woorden als dwaalleer en ketterij liggen niet zo goed in de markt .

Dat geldt echter niet voor de tijd van Abu Qurra en ook van Judah Halevi. Het is echt een andere tijd, waarin dwaling en waarheid de categorieën zijn waarin  gedacht wordt. Rolf heeft ons met dit boek dus gevaarlijk spul bezorgd, dynamiet als het gaat om serene tolerantie en pluralisme, waar we zo dol op zijn.  Maar we kunnen alvast leren dat de vraag naar de waarheid inhoudt dat er werkelijk iets op het spel staat. Dat is misschien de makke van onze tijd: we dialogiseren volop en nemen kennis van de meest exotische spiritualiteiten, maar de waarheid staat niet langer op het spel.

Een fascinerende tijd overigens: zeker in de Arabische wereld wist men behoorlijk wat van elkaars religie. Judah Halevi heeft als tijdgenoten de Andalusische moslim Ibn Hazm , een groot kenner van Jodendom en islam, en niet minder streng dan Judah Halevi in het betogen dat alleen de eigen religie de waarheid in pacht heeft.  Jodendom en christendom hebben de openbaring wel ontvangen maar die is vervalst (tachrif), meent Ibn Hazm. Alleen de Koran herstelt de oer-openbaring. Ook een tijdgenoot is d e christelijke Abelardus. Ook hij heeft een soort van trialoog, maar bij hem speelt de filosoof een grote rol. Die is een soort scheidsrechter. Ook de kazarenkoning in de Kuzari is een soort scheidsrechter, maar diens visie op de filosofie is heel wat minder positief, zoals we zullen zien.

Judah Halevi is opmerkelijk chauvinistisch: alleen joden kunnen profetie ontvangen. Daarmee diskwalificeert hij meteen al christendom en islam. (Een punt waar hij niet op in gaat is dat Jezus als jood dus wel profetisch zou kunnen spreken). Wat de openheid voor andere religies betreft zijn de vroegchristelijke denkers ruimer: die menen dat de goddelijke Logos ook werkzaam was in Socrates, dat de Sibyllen ook Christus hadden voorzegd, denk maar aan de Sixtijnse kapel.Judah Halevi ziet geen plaats voor profetie door niet-joden. Een wonderlijke stelling: Bileam de vijand van Israel was toch ook profeet, tegen wil en dank? Zelfs zijn ezel was profetisch! En Job was een Edomiet. Met een beetje goede wil zijn zelfs de aartsvaders nog geen joden. En Abraham was al gerechtvaardigd nog voor hij was besneden, merkt Paulus op en de hele christelijke traditie na hem.

We hebben hier dus een extreem chauvinistische figuur bij de kop en het pleit voor Rolf dat hij ons deze intolerante figuur onverbloemd voorzet, zonder franje of post-moderne fratsen. Het postmodernisme heeft zijn beperkingen: daarin heeft ieder zijn waarheid heeft en kan een debat dus ook niet echt iets opleveren, omdat we toch allemaal al de waarheid hebben. Het respect voor de mening van de ander verwordt al gauw tot een weigering om de waarheid van de ander toe te laten en tot een stellingname te komen. Alles bewonderen , niets aanvaarden: kijken, niet kopen, zoals ze over de Nederlanders in andere landen zeggen.

Nu haast ik mijn om bij JH een paradox aan te wijzen. Alleen joden kunnen profetie ontvangen, zegt hij, een lichtketen zou zich vanaf Adam door de grote gestalten van de bijbel verplaatsen: Seth, Noach, Abraham, enzovoort. Een goddelijke lichtketen waar geen niet-jood aan te pas komt.

http://www.thirteen.org/edonline/teachingheritage/lessons/lp2/images/G1173.jpgHet is dan wel wonderlijk dat de historische context die JH als decor voor zijn eeuwen later geschreven boek hanteert, de bekering van een heel volk, namelijk de Kazaren ergens in de Kaukasus,  tot het Jodendom is!

Die lichtketen komt de kenner van de religies bekend voor. Ook Christus is als tweelingbroer van de oermens Adam het eindpunt van een lichtketen die zich door de aartsvaders heen beweegt. De duisternis waarin de rest van de mensheid gehuld is geeft zelfs aanleiding om van een sterk dualisme ter spreken: de kinderen van het licht tegenover de kinderen van de duisternis, de uitverkorenen en de verdoemden.

Er zijn wel theorieën die voor zo’n lichtketen wijzen op het manicheïsme, de dualistisch leer van de strijd tussen de God van het licht en de vorst der duisternis, waar de mens als speelbal tussen zit. Sinds enkele tientallen jaren weten we dat Mani zelf is opgegroeid in een joods-christelijk milieu: we hebben immers in zo ongeveer het kleinste boekje ter wereld zijn biografie : de Keulse Mani-codex. Deze gnostisch aandoende theorieën zien in de duisternis het kwaad van de materie, een on-Bijbelse idee want daar is de schepping immers tof, goed. De populariteit van de gnosis vandaag de dag zou eens goed tegen het licht gehouden moeten worden, wat betreft visie op lichamelijkheid en de goede schepping. Andere theorieën wijzen op de islamitische sjiieten die de verborgen imam verwachten of de Mahdi, de laatste in een lichtketen die bij Mohammed een hoogtepunt had, maar in de Mahdi zijn voltooiing vindt.

Judah Halevi bevindt zich dus in verrassend gezelschap! Zijn bedoeling is duidelijk: hij wil de waarheidsclaims van christendom en Jodendom de pas afsnijden omdat hij opkomt voor zijn Jodendom. Als immers kerkvaders claimen dat Adam, Noach, Abraham, Job, Melchisedek en anderen eigenlijk niet joods waren maar al christenen avant la lettre, is Judah Halevi een flink stuk van zijn traditie kwijt. Als katholiek kan ik niet anders zeggen dan dat Melchisedek, de mysterieuze priester van de Allerhoogste die brood en wijn offert, sterk doet denken aan de priester die de eucharistie opdraagt. Voorafbeelding, noemen we dat. Er zijn zelfs Syrisch-christelijke teksten die Adam in het paradijs brood en wijn laten offeren, begrijpelijk want leven in het paradijs zonder God daarvoor dank te brengen zou niet compleet zijn. Bovendien is het paradijselijk bestaan is vegetarisch en de eucharistie is zelf herinnering aan het paradijs.

Moslims hebben dat ook:  Abraham was geen jood en geen christen zegt de Koran: hij was een moslim. Dus Abraham, Ibrahim, die de afgoden afwees, was al overgegeven aan God. Nog verder terug: Het oermonotheïsme van Adam is hetzelfde als de islam die daarmee niet pas met Mohammed begon, maar met de schepping van de eerste mens. U ziet: geen kinderachtige waarheidspretentie!
Vandaar de wat wonderlijke  constructie bij Judah Halevi dat die lichtketen van uitverkoren individuen van Adam tot Abraham en verder zich opeens verbreedt bij de twaalf zonen en zich in het volk Israel incarneert. Buiten het Jodendom is geen goddelijk licht te vinden.

Dat Ismael, ook zoon van Abraham, de belofte van twaalf vorsten van God krijgt wordt stilzwijgend gepasseerd: Ismael wordt uit de heilsgeschiedenis geschreven door de joodse traditie. Maar niet door de bijbel: Izaak en Ismael  – ontroerend tafereel – begraven samen hun vader Abraham. En óók niet door de islam: Ismael is samen met zijn moeder Hagar de woestijn ingestuurd waar ze de stichters worden van Mekka!http://t3.gstatic.com/images?q=tbn:9y6_D2fBLykByM:http://www.gwu.edu/gelman/spec/exhibits/ukraineprinting/exhibit_images/data/images/28.jpg

Laten we eens een stukje JH volgen in de Kuzari in de mooie vertaling van Rolf Post:

Het is opmerkelijk dat de koning een droom krijgt (ook Abelardus begint met een droom ) waarin jij te horen krijgt dat zijn denken God welgevallig is, maar zijn handelen niet.
Je zou het omgekeerde verwachten!

Hij spreekt dan eerst met een filosoof die betoogt dat God zich helemaal niet met individuele zaken bezig houdt maar alleen met universele wetten. Wat je gelooft doet er ook niet zoveel toe, zegt de filosoof, het gaat om de intentie. De koning is niet tevreden: uit het betoog blijkt helemaal niet wat ik moet doen, en juist het handelen was het probleem. Bovendien bestrijden religies elkaar en dat doen ze niet voor niets, zegt de koning. Curieus en heel anders dan wij denken. Wij zeggen dat de strijd tussen religies bewijst dat het niets om het lijf heeft, deze zoekende koning vermoedt juist dat er iets wezenlijks aan de hand is! Iets wezenlijks waar de filosofie geen weet van heeft.

Een gevoelige slag voor de filosofie. Al heeft die in onze tijd de allure van een heilsleer gekregen en trekt  de nacht van de filosofie vele pelgrims omdat in die nacht de waarheid wordt geboren. Kan kennis troosten?, luidt de titel van een intrigerend boek van filosoof De Dijn. Hij betoogt dat religie een geheel andere structuur heeft dan filosofie en dat filosofie als zodanig niet de pretentie van een levensbeschouwing kan waarmaken. De koning van de Kazaren zegt feitelijk iets dergelijks: filosofie houdt zich helemaal niet met goddelijke inspiratie bezig: profetie, wonderen, visionaire zaken. “Goede man, op het gebied van het goddelijke en de ziel kunt u mij helemaal niets leren”.

De koning schuift de filosoof terzijde en wendt zich tot de religies. De joden niet want die zijn het uitschot van de samenleving.
De christen vertelt zijn geloof, waarbij opvalt dat de weergave meer lijkt op hoe een jood of moslim het christelijk geloof zou uiteenzetten. Jezus is slechts schijnbaar mens, in werkelijkheid God, dat is natuurlijk een ketterij. De apostel Petrus wordt als wetgever van het christendom opgevoerd, wellicht als eerste paus. http://s1.hubimg.com/u/1470828_f520.jpg

De moslim vertelt over het wonder dat de Koran zelf is, niet te imiteren, een argument dat de Koran zelf ook al kent. Beeldspraken over God zijn bedoeld om antropomorfismen te vermijden, ook dat komt  overeen met de Mu`tazilieten.

Dan komt de Kazaar met een tegenargument dat al een lange geschiedenis heeft in de Arabischtalige debatten tussen joden, christenen en moslims. Het Arabisch kan niet voor alle mensen zijn bedoeld, want ik versta het niet, zegt de koning. Een delicaat argument, geldt dat dan wel voor de Hebreeuwse bijbel? Halevi kent de overlevering dat Eber de laatste oervader is die het Ebreeuws nog sprak, zodat de taal van het paradijs wel Hebreeuws moet zijn geweest.
Dan nog: is niet een soort Pinksteren nodig om alle volkeren te verenigen? De Torah is in vele talen gegeven, in de woestijn en niet in het land, zegt de midrasj. Maar dat is niet de lijn van Judah Halevi: alleen de joden begrijpen het!

Het feit van het Arabisch heeft Arabisch sprekende christenen ertoe gebracht om de Koran als Woord van God en zelfs als profetie te erkennen! Dat doet Abraham van Tiberias (8e eeuw) en Paulus van Antiochie (12 eeuw). Maar: alleen bedoeld voor heidense Arabieren. Christen (en joden) hoeven dus geen moslim te worden, want ze zijn al gelovig!

Op dezelfde manier wordt vandaag de dag uitgelegd dat het christendom geen zending tegen de joden moet bedrijven: ze zijn al gelovig, het evangelie is o.k., maar voor de goyim. U ziet, hetzelfde argument maar dan over de Koran bestaat al meer dan 1000 jaar. De Kazaar vraagt nog iets dat ons kan verbazen: een wonder, anders is het niet goddelijk, en de getuigenis ervan door een grote menigte. Daar vinden we weer het argument van het gezag van de overlevering terug: juist als een lange traditie ervan getuigt en de eerste getuigen een menigte was, moet het betrouwbaar zijn. Individuele meningen tellen dus veel minder! Speculatieve argumenten zijn minder betrouwbaar dan argumenten uit de traditie: het lijkt logisch: twee weten meer dan één. Toch staat het haaks op onze door Verlichting gevoede nadruk op eigen inzicht en argwaan tegen traditie. De koning wil dat getuigenis van de menigte: “Alleen zo kunnen we aannemen met ons verstand dat de Schepper van de wereld met een te verachten stuk leem – de mens in contact wil treden”. De moslim beroept zich vervolgens op de wonderen van Mozes en omdat de christen dat ook al heeft gedaan besluit de Kazaar nu toch de joden te raadplegen. Een bekende Middeleeuwse gedachte: vraag niet aan één religie of ze de ware is, maar vraag wie van de andere twee het meest waar is.

Alle drie getuigen ze van Mozes, dus moet het jodendom wel waar zijn, zo zou je Judah Halevi kunnen samenvatten.

Tegenwerping: alleen de islam getuigt van en Mozes, én Jezus én Mohammed, dus is die waar! (zie de aanval op de joodse Ibn Kamunna door Sama’aul al-Maghribi,  een joodse bekeerling tot de islam: B. Roggema, M. Poorthuis, P. Valkenberg (red.), The three rings. The historical trialogue between Judaism, Christianity and Islam , Leuven 2005, p. 64).
De Kazaar weet van de “bekrompen” opvattingen van het Jodendom en hun maatschappelijk beroerde positie, maar gaat ze nu toch ondervragen. Een sterk argument van de joodse wijze: christendom en islam beroepen zich ook op de andere wang toekeren, en deemoedigheid, maar alleen het Jodendom handelt ernaar!

http://94.100.121.84/825100001-825150000/825140501-825140600/825140559_4_7QSG.jpegHet antwoord van de Kazarenkoning is beroemd. Jullie zijn deemoedig omdat je geen macht hebt. Had je de macht dan zou je die óók gebruiken. Als een Nietzsche ontmaskert de Kazarenkonming elke deemoed, naastenliefde en ethiek die uit onmacht voortkomt. Menig joods denker heeft aan de hand hiervan laten zien dat het Jodendom met de staat Israel de politieke arena heeft betreden en voor de lastige taak staat om macht en roeping te verenigen. Het ‘privilege’ slachtoffer te zijn en zo een soort van moreel geweten voor de mensheid te vormen maakt plaats voor het besef zelf gecorrumpeerd te worden, omdat politiek altijd corrumpeert.  Is niet de reden dat de politieke besluiten van Israel zo moeilijk bespreekbaar zijn precies gelegen in het antwoord van de Kazaar? Tegelijkertijd de morele zuiverheid van het slachtoffer willen bezitten én met beide handen in het politieke machtsspel verwikkeld te zijn, dat gaat niet samen. De zaak is zo complex dat ik mij haast het hierbij te laten, met de kanttekening dat hierover serieus verder gedacht moet worden.

De joodse wijze vertelt een parabel:
Iemand vertelt dat de koning van India een respectabel man is, met deugdzame onderdanen enz. Zoudt u hem eer gaan bewijzen? Nee, waarom, zegt de Kazaar: misschien is het volk al vanuit zich zelf rechtvaardig en heeft het niets met de koning te maken. Maar nu komt een afgezant van de koning geschenken brengen, uit India, uit het koninklijk paleis. Het zijn medicijnen tegen kwalen en vergif tegen vijanden. Zou u dan niet aan hem verplicht zijn? Zeker, zegt de Kazarenkoning: ik zou weten dat de Indiërs een koning hebben en de geschenken als bewijs van hun macht erkennen. Daarom spreek ik over de God van Abraham Izaak en Jacob, zegt de joodse wijze.

Hier zien we de beroemde tweedeling: niet de God der filosofen, maar die van Abraham , Izaak en Jacob,. We weten dat de grote geleerde Pascal deze tekst: samen met het woord Vuur, in de mantel had genaaid hetgeen bij zijn dood werd ontdekt, het Memorial. U weet ook dat Thomas van Aquino daarentegen een grotere plaats inruimt voor de filosofie, net als Maimonides trouwens. Het debat over de reikwijdte van de filosofie en de relevantie van de God der filosofen gaat dwars door de drie religies heen. Judah Halevi is duidelijk tegen een puur filosofische benadering van goddelijke zaken, al zal hij verderop menig filosofische noot kraken. God openbaart zich aan het volk Israel, niet universeel en algemeen. Traditie en volk, (en land zullen we laten ontdekken) zijn hiervoor essentieel.

De aartsvaders zijn de getuigen van Gods heerlijkheid en weldadigheid, zoals de gezanten getuigen zijn van de macht van de koning van India. De parabel benadrukt dus weer de kracht van traditie.

Ik ga nu een andere parabel citeren, ook uit de mond van een joodse wijze , maar uit het christelijk geschrift rond 1139 van Abelardus (Dialogue of a philospoher with a Jew and a Christian, Toronto 1979).. Spannend, want zou het verschil maken voor de uitleg? (u weet wel: Abelardus is de scherpzinnige christelijke denker, geliefde van Heloise en gecastreerd door haar familie).http://t1.gstatic.com/images?q=tbn:aVEBQIA7RYmsoM:http://images.volkskrant.com/weblog/www/pub/mm/2007/07/1184507897.31921.jpg

Abelardus vertelt:
De joodse gesprekspartner: Dat de Wet door God is gegeven betekent dat we niet kunnen worden bestraft voor het gehoorzamen daaraan. Integendeel, we zouden beloond moeten worden. Nu kunnen we jou (de filosoof) niet overtuigen dat God het heeft gegeven, maar jij kunt het ook niet weerleggen.

Stel, – nu komt de parabel – , ik ben een slaaf van een meester die ik erg vrees te beledigen en ik heb vele medeslaven die dezelfde vrees hebben. Zij vertellen me dat onze meester al zijn slaven een bevel heeft gegeven tijdens mijn afwezigheid, maar ik wist dat niet. Zij voeren het bevel uit en sporen mij aan hetzelfde te doen. Wat adviseer je me te doen als ik twijfel aan het bevel dat gegeven zou zijn tijdens mijn afwezigheid? Ik denk niet dat jij of iemand anders me zou adviseren het bevel niet op te volgen en het advies van mijn medeslaven in de wind te slaan. Vooral niet omdat ik het op rationele gronden niet kan weerleggen. Waarom moet ik in twijfel blijven over een gevaar als ik me ertegen kan  beveiligen? Als de meester het werkelijk heeft bevolen hetgeen wordt bevestigd door het getuigenis van velen, is het volkomen onvergeeflijk het niet op te volgen. En zelfs als de meester het niet heeft bevolen treft de anderen eerder het verwijt dan mij, want ik deed het uit respect voor de meester.

Geen twijfel aan: deze parabel stamt uit joodse kring.
De filosoof gaat vervolgens argumenteren dat de aartsvaders en Job en anderen ook niet de hele Wet hielden. Maar de jood werpt tegen dat de extra geboden allerlei nuttige functies hebben om het joodse volk verre te houden van andere volkeren. Bovendien, God is God van de Hebreeën en van Abraham, Izaak en Jacob, niet zomaar van de mensheid.

Alweer: geen twijfel aan, deze jood bij Abelardus is in de leer geweest bij Judah Halevi! Is hij ook te weerleggen? De filosoof wijst op spirituele beloning die niet door uiterlijke werken van de Wet verkregen kunnen worden.  We weten echter niet wie de filosoof is, hij is niet de christen, sommigen denken dat hij een moslim is, omdat hij zinspeelt op het besneden zijn. Bovendien is het boek van Abelardus niet voltooid, dus de uitkomst van het debat kan ik niet geven.

Kan Judah Halevi dat wel? Dat is zeer de vraag. De Kazaar maakt het de joodse wijze gelukkig niet altijd makkelijk. De vraag van de Kazaar is zelfs pijnlijk scherp: moet ik dan aannemen dat uw geloof zich beperkt tot uw eigen volk? Iedere heiden kan zich met ons verbinden en delen in de vreugde al kan hij geen profetie ontvangen, luidt het antwoord. We merken weer op dat de notie van kinderen van Noach hier ontbreekt. Andere religies lijken sowieso alleen dwaling te bevatten. Alleen door toe te treden tot het Jodendom kan de mens deel krijgen aan de waarheid, een standpunt dat in het rabbijnse Jodendom beslist maar geringe steun krijgt.

En dan vervolgt de joodse wijze:
Anders zouden blanken en zwarten ook gelijk zijn, omdat God alle mensen heeft geschapen.
Een gevaarlijke opmerking! Bedoeld is natuurlijk dat de schepping van de mens niet alles vertelt over hoe God zich openbaart op specifieke wijze, maar toch, blank en zwart doet denken aan racisme.
De Kazaar is dan ook teleurgesteld: Na een mooie inleiding begint u nu ergerlijke onzin uit te slaan!

Nu krijgen we de theorie van de ware profeet, een sterk aan de Sjiietische islam verwante gedachte van een lichtketen die zich vanaf Adam via individuen doorzet. De Toren van Babel creëerde verschillende talen, maar de nakomelingen van Adam behielden het Hebreeuws tot die uiteindelijk wordt verbreed in het volk Israel.
Maar de Kazaar wijst op pre-Adamieten en zelfs op tijdsrekeningen die miljoenen jaren oud zijn. Ook filosofen zeggen dat de wereld zonder begin zijn.
De joodse wijze is niet onder de indruk en noemt de Grieken zonen van Jafet die echter niet de goddelijke wijsheid van Sem hebben ontvangen. Ook Aristoteles dwaalt omdat hij geen betrouwbare traditie heeft, maar alleen eigen inzicht.
We zouden hier wel van fundamentalisme , alweer avant la lettre, kunnen spreken: alle kennis buiten de eigen traditie wordt gediskwalificeerd, alle persoonlijke inzicht gewantrouwd. Het is fascinerend dat hij toegeeft dat ook de schepping van de wereld uit het niets moeilijk te bewijzen is, even moeilijk als de eeuwigheid van de wereld, zoals Aristoteles leert. Kostelijk overigens hoe hier Aristoteles die zich beriep op de eigen waarneming omdat hij die van eminent belang achtte voor het kennen van de waarheid, terzijde wordt geschoven omdat hij niet over de goede traditie zou beschikken!

De actualiteit van het debat over de eeuwigheid van de schepping zit intussen erin, dat de schepping uit niets het mogelijk maakt om de mens als vrij en door Gods liefde gewild, niet als causale noodzaak  te zien, terwijl de eeuwigheid van de wereld de mens eerder als speelbal van materieel oorzaak en gevolg opvat. Verkwikkend dat een religieus denker zelfbewust de strijd aanbindt met natuurwetenschappelijke theorieën die de vrijheid van de mens ondermijnen. Gebeurde dat in onze tijd maar meer!

Hoe weet de joodse wijze dat allemaal? Alweer: Abraham, Izaak en Jacob en Mozes leren ons de schepping en daarom is die leer betrouwbaarder dan die van Aristoteles. Een tussenpositie : er zijn vele werelden, maar deze is geschapen, acht de joodse wijze wel mogelijk.
Religie is eigenlijk ook ex nihilo, uit het niets. Er zijn geen sociale factoren die het logisch maken dat een religie ontstaat: God spreekt en de religie is er.

Het gaat Judah Halevi er echter ook om de geschiedenis als het eigen domein van Gods openbaring in het centrum te plaatsen. Te lang hadden neoplatoons geïnspireerde denkers de geschiedenis als een tweederangs domein geschetst waar de eeuwige waarheid wordt besmeurd door het worden en de tijd. Halevi rehabiliteert de geschiedenis, de concrete weg van het joodse volk, de uitverkiezing als meer dan zomaar een variatie op een waarheid die we toch al van elders zouden weten. Zelfs rehabiliteert hij het land als de plek waar het joodse volk zijn religieuze identiteit en heilige plichten kan vervullen. Dat zoiets goed samen kan gaan met de rechten van de Palestijnen en feitelijk zal moeten gaan, willen die heilige plichten ook werkelijk heilig blijven, daarvan had Halevi geen optie, maar wij wel.

Met deze woorden van een joodse Karl Barth: de godsdienst is ex nihilo, omdat God bepaalt wanneer die verschijnt, lijkt het mij passend deze vogelvlucht te beëindigen.  U moet dit boek aanschaffen, want met mijn bespreking heb ik nog maar 20 % van het boek beslagen. Zoveel wijsheid voor zo weinig geld, dat krijg je nergens!

Ik heb Rolf beloofd om het verhaal van de drie ringen niet te vertellen. Maar is er wel een ander verhaal:  dat van de drie gezellen en het brood. Een jood, een christen en een moslim zijn op reis , Ze hebben maar één brood, dat genoeg is voor één persoon. Ze spreken af dat wie de wonderlijkste droom krijgt het brood mag hebben.  Ze ontwaken.
De christen vertelt: engelen namen mij mee en ik kwam aan bij de hemelpoort en toen ik binnentrad zag ik rivieren van wijn en honing en melk en alles was van goud.
De moslim vertelde: ik werd door engelen meegevoerd naar de hel en toen ik binnentrad zag ik hoe alles van pek was en vreselijk stonk.
De jood vertelde: ik droomde dat ik zag dat de christen in de hemel was en de moslim in de hel. Die hebben hun bestemming bereikt, dacht ik, en heb het brood toen maar opgegeten.

Marcel Poorthuis
Bestuurslid Folkertsmastichting voor Talmudica