Spreuken over de fundamenten – Recensie

Spreuken over de fundamenten. Joodse wijsheid voor de mensheid
Recensie, KatholiekNederland.nl, 03-06-09

Het boekje Spreuken over de fundamenten is een mooie bundel van joodse wijsheden, in een prikkelende en eigenwijze vertaling van Marcel Poorthuis en Leo Mock.

“Als ik niet voor mijzelf ben, wie is voor mij?
En als ik er alleen voor mezelf ben, wat ben ik?
En als niet nu, wanneer dan?”

(Spreuk 1,12)

Zo op het eerste gezicht lijkt bovenstaande spreuk afkomstig uit een boek als De Celestijnse Belofte of uit Rhonda Byrne’s bestseller The Secret. Het is echter een spreuk van de joodse wijsgeer Hillel de Oudere (circa 110 BC – 10 AD) in de ‘eigen-wijze’ vertaling van Marcel Poorthuis en Leo Mock. In het boekje Spreuken over de fundamenten vertalen beide auteurs het joodse tractaat Pirké Avot. Deze spreukenverzameling is onderdeel van de Rabbijnse overlevering bekend als Misjna (afgerond 2 e eeuw AD). De spreuken bevatten echter een universele wijsheid, die niet bij de grenzen van het jodendom stopt. De subtitel van het boek – Joodse wijsheid voor de mensheid – geeft dat heel direct aan. Mgr. Ad van Luyn (Rotterdam) merkte terecht op de aanvaarding van het eerste exemplaar: “De ware wijsheid, die van God komt, is geen geïsoleerde wetenschap, geen geheime leer voor ingewijden. Ware wijsheid bevrijdt mensen en wijst ze de weg naar elkaar en zo ook naar God zoals de Bijbel ons leert.”

De spreuken gaan over etiquette, levenskunst, fatsoen en moraal, maar ook over de eerbied voor de Allerhoogste. Sommige spreuken zijn verrassend actueel:

“Pas op met machthebbers.
Ze zijn alleen vriendelijk tegen je uit eigenbelang.
Zolang ze ervan profiteren lijken ze een vriend
Maar waanneer je ze echt nodig hebt, zijn ze er niet.”

(Spreuk 2,3)

Poorthuis en Mock hebben echter niet zo maar vertaald: “Onze vertaling is een eigen vertolking van de oorspronkelijke Hebreeuwse spreuken… We hebben elke spreuk beluisterd op verborgen betekenissen.” (p. 11) Over sommige vertalingen hebbe ze naar eigen zeggen heel lang moeten nadenken, maar het ‘inclusief vertalen’ levert vaak mooie zinnen op.

“De Ziener ontving de Wijsheid op de dorre berg
En gaf haar door aan zijn geliefde leerling,
En de geliefde leerling aan de Ouderen,
En de Ouderen aan de profeten,
En de Profeten gaven haar door
Aan de Mensen van de Grote Vergadering.”

(Spreuk 1,1a)

In de traditionele vertalingen gaat het om Mozes die op de berg Sinaï de Torah uit Gods handen ontvangt. Mozes geeft de Wet door aan Joshua, die het vervolgens weer doorgeeft via de ouderen en de profeten aan de leden van de volksvergadering, en daarmee aan het hele joodse volk. Door de specifiek joodse context weg te laten, breken de vertalers de tekst open voor een veel breder publiek. Sommige critici zullen echter not amused zijn met vrijheden die de vertalers zichzelf gegeven hebben.

Interessant aan deze manier van vertalen is ook dat de nu opduikende ‘geliefde leerling’ (uit Poorthuis en Mocks vertaling) direct associaties oproept met een vergelijkbaar figuur uit het Evangelie van Johannes. Hiermee wordt – onbedoeld – treffend geïllustreerd dat Pirké Avot in dezelfde periode is ontstaan als Jezus’ predikte en het Nieuwe Testament werd opgeschreven. In recente studies is reeds gebleken dat jodendom en christendom pas veel late uit elkaar zijn gegaan dan vaak gedacht wordt. Het rabbijns jodendom en het vroege christendom lijken veel op elkaar, vooral bij dit soort wijsheidsliteratuur.

De vertaling van het tweede gedeelte van spreuk 1,1 is ook creatief gevonden.

“Zij zeiden drie dingen:

Wees voorzichtig met oordelen
Want de werkelijkheid is vaak anders dan het lijkt.
En breng veel leerlingen op de been,
Want zij zijn dragers van wijsheid.
En maak een heg om de wijsheid,
Want alles van waarde is weerloos.”

(Spreuk 1,1b)

De auteurs voegen steeds een regel toe aan de oorspronkelijke tekst die gaat over oordelen, kennisoverdracht en de ‘heg om de Wijsheid’. Hierin leggen de auteurs de betekenis van de aanbevelingen uit. Zo wordt je oordeel vaak vertroebeld doordat je niet alles even helder ziet. En als je geen leerlingen hebt om de wijsheid die je gevonden hebt te verspreiden, dan is je kennis (en je moeite) nutteloos geweest. De ‘heg om de Wijsheid’ (of ‘Torah’) is een mooie gemeenplaats in het rabbijns jodendom. Gods wet dwingt zo’n eerbied af dat je jezelf meer verbiedt en tot meer verplicht dan strikt gezien noodzakelijk is, alles om te voorkomen dat je de Wet zelf overtreedt. De ‘uitleg’ van Poorthuis en Mock bij deze ‘heg’ is op zich al een mooie vondst: ‘Alles van waarde is weerloos’. Voor de liefhebber van Nederlandse poëzie is het direct duidelijk dat het gaat om één van de beroemdste citaten van de dichter Lucebert. Door deze verwijzing naar deze dichter opent zich de ‘zachtheid’ van de joodse Wet, die terecht als ‘Wijsheid’ wordt vertaald. God heeft geen leger om zijn Wet af te dwingen. God moet het van de aantrekkelijkheid van zijn wijsheid hebben. En hiermee is die wijsheid overrompelend weerloos geworden. Het volgen van Gods wijsheid is een beloning in zichzelf, zo is in meer dan een spreuk te lezen.

“Wees niet als dienaren die hun meester dienen
Met het oog op een beloning,
Want dan dien je jezelf.

Maar wees als dienaren die hun meester dienen
Zonder oogmerk van een beloning,
Want dat is ware liefde.

En laat het ontzag voor de Allerhoogste je bezielen.”

(Spreuk 1,3)

Spreuken over de fundamenten is een mooie bundel van joodse wijsheden, in een prikkelend en eigenwijze vertaling.

Spreuken over de fundamenten. Joodse wijsheid voor de mensheid, ingeleid en vertaald door Leo Mock en Marcel Poorthuis, Amphora Books: Amsterdam (2009), 111 pagina’s, 978-90-6446-058-6, € 12,50.

Bron: Deze recensie is gepubliceerd op KatholiekNederland.nl.
Bron: http://www.goedgezelschap.eu/2009/09-06-04-spreuken.htm

———————————————————————————————————
Klik hier voor de recensie verschenen in het tijdschrift Interpretatie door Arian Verheij