Op zoek naar de blauwe ruiter – Recensies

Marcel Poorthuis/Theo Salemink, Op zoek naar de blauwe ruiter. Sophie van Leer,een leven tussen avant‑garde jodendom en christendom (1892‑1953), Valkhof Pers Nijmegen 2000.

Poorthuis en Salemink hebben een biografie geschreven over Sophie van Leer, een historische studie die ik als een spannende roman gelezen heb. Zij zijn als theologen verbonden aan de Katholieke Universiteit in Utrecht. Grondig onderzoek en grote speurzin hebben een bijzonder lezenswaardig boek opgeleverd. Wie is Sophie van Leer? Op de achterflap wordt haar leven kort samengevat: Zij werd in 1892 geboren in een bekende joodse familie. Op 19‑jarige leeftijd verliet ze het ouderlijk huis om met een beeldhouwer te gaan samenleven. In 1914 kwam zij in contact met kringen van het Duitse expressionisme in Berlijn. Door een droom van een blauwe ruiter op een wit paard raakte ze er echter van overtuigd, dat kunst niet de weg was tot het goddelijke. Opgepakt als anarchistisch revolutionair tijdens de burgeroorlog in München, dreigde ze op 3 mei 1919 geëxecuteerd te worden. Ze legde in de gevangenis een gelofte af, dat ze katholiek zou worden als ze het er levend af zou brengen. De volgende morgen lieten de militairen haar gaan. Ruim een maand later werd ze gedoopt als Francisca van Leer, maar ook daar eindigde haar zoektocht niet: haar joodse identiteit uit haar jeugd ontwaakte opnieuw. Ze koos voor het zionisme, maar bleef katholiek. Zij stierf in 1953.
Het boek geeft niet alleen inzicht in het veelkleurige leven van een fel levende, excentrieke, diep religieuze en tegelijk fanatieke vrouw, maar is tevens een spiegel van de eerste helft van de twintigste eeuw. Thema’s als avant‑garde en kunst, politiek en religie, nazisme, antisemitis­me en christendom, zionisme en staat Israël komen er in voor. Er is veel geschreven over de ontwikkeling en overgang binnen het protestantisme van jodenzending naar dialoog met het jodendom. Veel minder bekend is dat er ook binnen het katholicisme belangrijke stemmen waren, die de terugkeer van de joden naar het oude land zagen als een vervulling van bijbelse profetieën en met meer dan gewone belangstelling de geschiedenis van het joodse volk volg­den. Eén van hen was een familielid van de in Nes Ammim welbekende Jacob Willebrands, namelijk pater Laetus Himmelreich. Hij werd sterk beïnvloed door de zionistische ideeën van Sophie/Francisca van Leer, kwam door zijn pro‑joodse opvattingen in de Tweede Wereldoor­log in het concentratiekamp Dachau terecht. Na de oorlog was hij fysiek en mentaal zeer verzwakt, maar getuigde in vele lezingen van zijn visie op het joodse volk en het zionisme. Hij wilde nog graag naar Israël gaan om daar de ‘wedergeboorte’ van het joodse volk mee te maken. Eén van die lezingen hield hij in het Trappistenklooster in Zundert, waar zijn familielid Jacob Willebrands was ingetreden. Vanaf dat moment nam Willebrands zich voor om in de plaats van zijn oom naar Israël te gaan, een droom die vele jaren later is uitgekomen en vorm heeft gekregen in de monastieke gemeenschap Lavra Netofa.
De verleiding is groot om meerdere van de uiteenlopende thema’s uit het boek naar voren te halen. Zoals de spanning tussen het zionisme van Francisca van Leer en haar anti‑joodse opvattingen, die zij uit de katholieke traditien overnam. De spanning tussen sexualiteit en spiritualiteit in het persoonlijk leven van deze vrouw, die achtereenvolgens vele relaties had en uiteindelijk min of meer tegen haar zin huwde. Haar reis naar Israël die haar de rest van haar leven met heimwee naar Zion vervulde. Haar vriendschap en correspondentie met rabbijn Jacob Soetendorp. Haar pogingen andere joden over te halen ook tot de katholieke kerk over te gaan. Het boek beschrijft het verscheurde leven van een vrouw, die als jodin thuis wilde zijn in de rooms‑katholieke huis maar er toch nooit helemaal thuisraakte. Van harte aanbevolen!

———————————————————————————————————

Cokky van Limpt (Trouw) 13 juni 2000

NBD Biblion recensie:
Sophie werd in 1892 in Nijmegen geboren als één na jongste kind in het joodse gezin Van Leer. Haar broer Bernard (geboren in 1883) werd zakenman, bekend van de vatenfabriek Van Leer en de Bernard Van Leer Foundation. Al in haar jeugd kostte het Sophie moeite om zich in haar omgeving thuis te voelen: ze verbeeldde zich een ‘vondeling’ te zijn. Dit omvangrijke boek, deel van een onderzoek ‘Relatie Jodendom Christendom’ aan de KTU, beschrijft het leven van een gedreven vrouw. Bronnen daarbij vormen haar dagboeken, autobiografische teksten, brieven, boeken en artikelen. De ‘blauwe ruiter’ is voor Sophie de naam voor een droomfiguur die verlossing brengt; een symbool ontleend aan de kunst avant-garde (Kandinsky, Chagall) waarin ze aanvankelijk terechtkomt. Heel haar leven blijft ze daarnaar op zoek. In 1919 gaat ze over tot het katholicisme en neemt de naam Francisca aan. Toch blijven ook haar joodse achtergrond en later de jonge staat Israël bepalend voor haar leven. De auteurs zijn te prijzen om hun minutieuze levensbeschrijving van deze wonderlijke, grillige, fascinerende vrouw, tegen de achtergrond van de veelbewogen periode waarin zij leefde.
(Biblion recensie, Hanna Blok)

‘Een leerzaam boek.’
– de Volkskrant

‘Generaties lezers zullen hier nog plezier van hebben. (…) Alles wat iemand mogelijkerwijs ooit zou willen weten staat erin.’
– Nieuw Israëlietisch Weekblad

‘Een zeer gedegen studie.’
– De Gelderlander

‘De auteurs slagen erin door hun betoog en hun schrijfstijl de lezer te blijven boeien. De heldere inhoudsopgave en het register achterin het boek verhogen de bruikbaarheid ervan. Een absolute aanrader.’
– rkkerk.nl